Omdat het KNSM-eiland het eerste eiland was waarvan de grond gemeentebezit werd spitsten de vragen zich daarop toe. Ik was verantwoordelijk wethouder en mij werd ontraden om daar te gaan bouwen: het lag (en toen was dat waar) heel geïsoleerd. Ik besloot om door te gaan: dan was het ‘moment of no return’ voorbij en zou de rest van het OHG vanzelf volgen. En toen kwamen natuurlijk enkele fundamentele stedenbouwkundige kwesties op tafel.

 

Allereerst de dichtheid. Ik schreef 100 woningen per hectare voor. Veel stedenbouwkundigen verklaarden mij voor gek, voor hen was 30 woningen per hectare gewoon (dat werd gedaan in Vinex-wijken). Maar ik wou een stedelijk gebied, absoluut geen Vinex-wijk. Het deskundig commentaar: ‘Daar gaan hooguit wat kinderloze yuppen wonen’. Er zijn daar, tot mijn vreugde een heleboel kinderen en voldoende ruimte voor scholen is dus nog altijd een probleem (op dat punt heb ik niet genoeg opgelet).

Ik woon inmiddels aan de Javakade. Als ik zo om mij heen kijk zou ik niet kunnen uitleggen waarom de bebouwing aan Sumatra- en Javakade niet anderhalf of twee keer zo hoog is. Dat zou volgens mij stedenbouwkundig fraaier zijn geweest en veel meer woningen opgeleverd hebben. Maar helaas, dat zou in de gemeenteraad van toen (en bij de toezichthoudende provincie) volstrekt onhaalbaar zijn geweest. Ik ging met 100 woningen per hectare al naar het politiek haalbare randje.  Dat inmiddels het Westerdoks-eiland bebouwd is met 350 woningen per hectare (Pijpse dichtheid) was toen volstrekt ondenkbaar.

Lees verder over KNSM-krakers>>