De nieuwe stadswijk moest goed ontsloten worden. De eilanden waren te smal om in de lengterichting voldoende passagiers voor een tram op te kunnen brengen: dat werden dus buslijnen. Maar noord/zuid lokte de mogelijkheid van het doortrekken van tram 10: verbinding tussen de eilanden, ontsluiting van Winkelcentrum Brazilië, mooie verbinding met grote delen van de stad en overstap op een lijn naar IJburg (die toen alleen nog op papier bestond). Daar werd dat enthousiast aan gewerkt. Helaas woonde er aan de Sarphatistraat een mevrouw van het nimby-type (‘Not In My BackYard’). Ze heeft de tram niet tegen kunnen houden, maar wel behoorlijk vertraagd.

 

De komst van de Piet Heyn Tunnel is een verhaal apart. Het was de tijd dat de aardgasmiljoenen binnen begonnen te stromen. De regering had besloten dat die allereerst naar investeringen in infrastructuur moesten. Dus zat Neelie Kroes (toen minister van verkeer) boven op een grote berg geld. Amsterdam was er in geslaagd om met succes zo’n 25% van dat geld te claimen (ringmetro en veel meer). Dat was zoveel dat we niet meer durfden te vragen (‘het lid op je neus’ krijg je dan). Mijn ambtenaren verzonnen ‘Doe een dagje Amsterdam met Neelie’. Dus zat ik met Neelie in een rondvaartboor.

Zij zei: ”Jullie hebben heel veel OV-projecten op de lijst gekregen en dat is best. Maar ik als VVD-minister wil toch ook wel iets voor de auto zien”. Ik antwoorde: “Dan heb ik nog een autotunnel voor je (De Piet Heyn Tunnel dus). Mits daar een tram naar IJburg in geregeld word (IJburg was toen nog niet meer dan een papieren plan)”. We werden het eens. Zo kwam die autotunnel er en kon er later een tram naar IJburg gemaakt worden (met een hele mooie overstap van lijn 10 bij Rietlandpark.
Daarmee was goddank de aanleg van een autoweg over Sporenburg van de baan. De woningen op Sporenburg hadden niet gebouwd kunnen worden en er zou een onherbergzaam verkeersgat in het OHG gezeten hebben.

Lees verder over stadswijk Java-eiland>>