Het Java-Eiland begon als golfbreker (later dam) voor de Oostelijke Handelskade. Om het natuurgeweld vanuit de Zuiderzee te temmen. Met baggerspecie uit het Noordzeekanaal werd het gebied opgehoogd dat nu het Java-eiland heet.

Het Java-eiland werd DE plek voor de scheepvaart op Nederlands-Indië. De SMN (Stoomvaart Maatschappij Nederland) was de grootste reder. Op hun ‘MS Oranje’ (zie foto) ben ik als 8-jarig jongetje nog van Indonesië naar Nederland vervoerd.

Naast de SMN waren er op het Java-eiland ook andere reders. Er werd door hen gevaren op China, Japan, Brits-Indië, Nederlands-Indië. Het Java-eiland was destijds zo’n beetje het hart van de Nederlandse koloniale scheepvaart. In het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade (daar zit nu Hotel Amrath) valt de koloniale sfeer (Javaans houtsnijwerk) nog te proeven in de delen die tot monument werden verklaard en dus bewaard zijn.

Nederlands-Indië werd Indonesië en ook in de rest van de wereld werd het kolonialisme afgeschaft. Door de ontwikkeling van de luchtvaart werd personenvervoer per schip achterhaald. De koloniale reders vertrokken. Daarna kwam het eiland voor een groot deel, als opslagterrein, in handen van houthandelaar Jonker-Schuyer. Daar zat dus niet echt een mooie toekomst in.

Bronnen: Wikipedia, gesprekken.

 
Lees verder over een nieuwe toekomst>>