Het Java-eiland was de hekkensluiter van de herontwikkeling van de gebieden in het OHG. Dat kwam doordat houthandelaar Jonker-Schuyer, na het vertrek van de koloniale rederijen, bezitter was geworden van het grootste deel van het eiland.

Toen de gemeente kwam praten over de verwerving van die terreinen wreef de op z’n retour zijnde houthandelaar zich in de handen en dacht een slaatje te kunnen slaan uit de gemeentelijke koopwens. Maar de gemeente was verstandiger en koos voor uitroken: “Wij hebben geen haast, en als jullie ergens onze medewerking nodig hebben, kunnen jullie rekenen op onze hartelijke tegenwerking”. Het heeft dus even geduurd, maar uiteindelijk ging Jonker-Schuyer door de bocht.

Ik was vertrekkend wethouder toen ik het stedenbouwkundig plan van Sjoerd Soeters ter goedkeuring kreeg voorgelegd. Mijn eerste reactie was “Grachtjes? Het barst daar al van het water. Is ie gek geworden?”. Mijn tweede reactie was: “Dit is nep-Jordaan. Maar ik vind de Jordaan leuk en dit misschien ook wel. Vooruit dan maar”. Ik ben blij met die tweede reactie. Het is mooi en leuk geworden en er lopen niet voor niets vaak groepen architectuur-toeristen over het eiland.

Een apart verhaal is Jan Schaeferbrug+Tosaristraat. Die liggen, niet toevallig, zo dat ze doorgetrokken kunnen worden via een brug naar Noord. Een stille wens die misschien ooit nog uitkomt. En er is een ander speciaal aspect aan die brug.  Ik liet daar ooit het eerste Programma van Eisen voor maken. Mijn randvoorwaarde was: Sail moet blijven.  Ik had toen een pontonbrug (zoals in Willemstad, Curacao) in gedachten: daar kun je een deel van wegvaren. Het werd een brug waarvan tijdens Sail het middeldeel weg getild kon worden. Ook prima.

Lees verder over Javakop>>