Ooit was er een moerasgebied: de Rietlanden. Na de bouw van het Centraal Station werd dat het havengebied van Amsterdam. Wat daar begon als een waterkering groeide uit tot een verzameling schiereilanden (o.a. Java-eiland) die bloeiden als werkterrein van de Amsterdamse haven.

Maar na de bouw van het Noordzeekanaal en nieuwe wensen van de havenlogistiek verhuisde die functie naar het westen. Het Oostelijk Havengebied (OHG) werd bestemd tot stedelijk gebied.  
Voorwaardenscheppend waren de eis van 100 woningen per hectare (het moest stedelijk gebied worden) en de aanleg van de Piet Hein Tunnel.
Om dat te realiseren moest de grond eerste in gemeentebezit komen.

De ontwikkeling volgde de verwerving van het grondbezit. Daardoor is het gebied in voor stedenbouwers onlogische volgorde ontwikkeld. Dat bleek een zegen: een uniforme ontwikkeling à la Bijlmer was onmogelijk en alle delen kregen hun  eigen karakter. 

Het Java-Eiland  was de hekkensluiter. De houthandelaar Jonker Schuijer die bijna het hele eiland bezat dacht een slaatje te kunnen slaan uit de gemeentelijke wens tot woningbouw. De gemeente rookte hen uit en dat duurde even, maar het kwam tegen een redelijke prijs goed.
Sjoerd Soeters bedacht een mooi stedenbouwkundig plan en dat werd uitgevoerd. Er wonen inmiddels 3200 mensen op het eiland. 
Bij het gewenste stedelijke karakter hoorde menging van functies. Dat had misschien meer gekund, maar er zijn tegenwoordig in het OHG meer arbeidsplaatsen dan in toptijd van het gebied als haventerrein. 

Michael van der Vlis

Lees verder over het begin>>