“Het voelt als een boerderij op de Dam”

Interview met Rob van Leeuwen en Wietske Kuipers, bewoners van de Javakade

Rob komt uit Soest, heeft in Wageningen landschapsarchitectuur gestudeerd en is in 1972 na een stage in Amsterdam blijven hangen. Als jongen droomde hij van de zee en was hij met zeilen en varen bezig.

Na verschillende onderhuuradressen in Amsterdam, kocht hij in 1983 een vrachtboot, die hij verbouwde tot woonboot: de Morgenster aan de Javakade. Rob leerde pas echt varen toen hij de boot had gekocht. De Morgenster heeft altijd op verschillende plekken in de IJ-haven gelegen, aan de huidige ligplaats ging een half-nomadisch bestaan vooraf.

Wietske bracht haar kinderjaren door in Bennekom en Diepenveen (nabij Deventer), volgde vanaf haar achttiende de PABO in Amsterdam, woonde op kamers en kreeg een vriendje dat gek van zeilen was. Hij kocht samen met zijn broer een houten Deense vissersboot. Met zes mensen werd het schip aan de Oostelijke Handelskade bij Vrieshuis Amerika in vijf jaar omgebouwd tot zeilschip. Wietske woonde toen nog op de wal, maar toen het zeilschip klaar was, koos zij met deze vriendengroep het ruime sop, de oceaan over.  Na terugkomst ging ze op een Noordzee Botter wonen, weer aan de Oostelijke Handelskade. In 1998 kocht zij haar huidige boot, de Paks. Wietske heeft ook altijd in de IJ-haven gelegen.

Tot eind jaren tachtig waren aan de IJ-haven heel wat bedrijven actief: papier en hout kwam via Russische schepen op Java-eiland binnen, cacaobonen vooral aan Oostelijke Handelskade (nu Veemkade), en steengruis als ballast voor spoorrails aan de Javakade/Azartplein. De goederen werden vanaf kustvaarders gelost. Bij laden en lossen moesten  Rob en Wietske soms hun boot verplaatsen.

Bewoners van het eerste uur

De meeste bootbewoners kennen elkaar meer dan dertig jaar en vormen  samen met de (voormalige) krakers de eerste bewoners van het eiland. Zo woonden in de pakhuizen aan de Oostelijke Handelskade (nu Veemkade) in de jaren negentig kunstenaars-krakers, naast de legale bewoners in de rij huizen nabij winkelcentrum Brazilië. Ook in het pand “Het Einde van de Wereld” (op de plek van restaurant “The Glass House”) huisden toen krakers. Sommige van laatstgenoemde bewoners zijn uiteindelijk naar Wladiwostok aan het Azartplein verhuisd.

In het hele Oostelijk Havengebied lagen de schepen in groepjes van zes of zeven, die elk een eigen, kleine gemeenschap vormden. In de IJ-haven was dat de groep van zes schepen waar Rob en Wietske bij hoorden. Zij hielpen elkaar op allerlei manieren. Omdat er in het begin nog geen stroom was, zetten zij bijvoorbeeld om de beurt hun stroomaggregaat voor iedereen aan, voor het opladen van hun accu’s. Ook deden zij met elkaar allerlei klussen aan hun boot. Hoewel dat nu minder is, staan zij in noodsituaties nog steeds direct voor elkaar klaar.

Zij waren een klein dorpje op zich, met een binnenvaartfamilie, een ambtenaar, lerares, een schipper etc. Tot de jaren ‘90 lagen zij  illegaal in de haven, daarna werd hen een gedoogstatus verleend en uiteindelijk een vaste ligplaatsvergunning.

Verhuizen/verslepen

Aanvankelijk lagen zij aan Oostelijke Handelskade (nu Veemkade). Dat veranderde toen bij wat nu de Piet Heinkade heet (achter vrieshuis Amerika) een tippelzone werd gecreëerd voor de heroïneprostituees van De Ruyterkade. Om bij hun boten te komen moesten zij bij nacht en ontij langs pooiers, hoerenlopers en andere overlastgevers. Dat leidde tot een rechtszaak, die ten voordele van de woonbootgroep werd beslist; zij kregen een plek aan de Javakade, waar nu de Bogortuin is. Toen de tippelzone werd verplaatst naar de Theemsweg, ging ook de groep schepen weer terug naar de zuidzijde van de IJhaven. Via een rechtszaak hebben zij toen stroomvoorziening en dergelijke gekregen.

In die periode zagen de bewoners op een gegeven moment iemand die met een krijtje de plek markeerde waar zij lagen. Wat bleek: er zou gebaggerd slib in de IJ-haven worden gestort en een scherm moest dwars over de haven worden geplaatst om vertroebeld water uit het IJ te houden. En wel precies door het schip van Rob. Rob zou weer opnieuw weg moeten! Hij heeft toen zelf berekeningen voor de sliblozing gemaakt en laten zien dat het anders kon. Na veel geharrewar en wegjagen van ambtenaren van het Havenbedrijf konden hij uiteindelijk daar toch blijven – nog steeds half-legaal (“gedoogd”) en onzeker over de toekomst. Zo vond het Havenbedrijf  in tegenstelling tot de projectgroep Oostelijk Havengebied dat de Javakade gereserveerd moest blijven voor vrachtschepen. In het begin van deze eeuw voeren zij opnieuw van de Veemkade naar de Javakade, naar hun huidige plek. Zij hebben nu een legale status met een vaste ligplaats.

Wonen op een boot

  • Heerlijk op een boot is dat je geen directe buren hebt. Om je heen heb je water. Je leeft dichter bij de natuurelementen.
  • Rob heeft alles in zijn boot zelf aangelegd
  • Stookkosten zijn veel hoger dan in een flatgebouw
  • Het onderhoud kost veel werk en is duur. Onderhoud is erg belangrijk want je wilt wel blijven drijven.
  • Wonen op een boot is een bepaalde manier van leven. Het is niet altijd zo romantisch als het lijkt.
  • Zolang het kan willen Rob en Wietske op het water blijven wonen

Zicht op de "tuin" en boot van Rob
Blik op "tuin" en boot van Rob en zijn vrouw Trees

Samenleven

De bootbewoners aan de Javakade hebben eenmaal per jaar de “Kadeklep”, met daarbij de sport om zo luid mogelijk te praten, lachen en te borrelen. De afgelopen dertig jaar zijn heel wat kinderen op de boten opgegroeid. Met de overburen aan de wal onderhouden zij warme contacten en zij nodigen elkaar uit.  In het begin van de nieuwbouw op het eiland vond Wietske het nogal druk: de mensen aan de wal kunnen  vanaf hun balkon naar hun schepen kijken en weten beter wie zij is dan andersom. Zij heeft over een rustiger plek gedacht maar blijft evenals Rob hier liggen. Onderhoud aan het bovendek doen zij op de huidige ligplaats (roterende staalborstel maakt veel geluid) maar houden zoveel mogelijk rekening met de buren.  Tijdens de vijfjaarlijkse SAIL gaat de boot naar de werf voor groot onderhoud en inspectie door de verzekering.

  • In de jaren negentig, toen vanwege de verontdieping de IJ-haven van het IJ was afgesloten, is er twee jaar op heel mooi ijs geschaatst. Zij lagen toen op de eerste rang.
  • Tijdens de dooi waren de ijsschotsen wel eng.
  • Jammer is wel dat door de Schaefferbrug zeilschepen niet in de IJ-haven kunnen komen. Het is jammer dat het haven karakter steeds minder wordt.
  • Beiden vinden het hier rustig wonen in een stabiele woonomgeving.


"Tuin" voor de woonboot
Wietske op haar boot met zicht op haar "tuin" op een dekschuit tussen wal en schip