Inmiddels heeft zij zelf ook vijfentwintig kinderen, waarvan zij er enkele nog regelmatig ziet, de rest is verdwenen, zij weet niet waarheen.

Wat heeft u naar het Java-eiland gebracht?

Ik ben hier geboren, als oudste van zes. Mijn ouders hadden een huis gebouwd op een autowiel naast een woonschip, maar zelf woon ik inmiddels op een vlot een eindje verderop.

Heeft u al die tijd op het eiland gewoond?
Op en om, zou ik zeggen; ik ben van nature een zwemmer - ik ken de kadekant beter dan de straten.
Maar ik ging ook wel weg, in mijn jeugd overwinterden wij vaak in de Gouwzee, bij Monnickendam, daar kwam dan de hele familie, we waren soms wel met drieduizend. Dat doen we nog wel, maar ik blijf ook vaak bij het eiland.

Zwemmen is populair, onder de eilandbewoners.
Nou, populair, er zit weinig anders op, zou ik zeggen. Maar bedoelt u datgene wat de uwen in ons water doen? Ik zou dat geen zwemmen noemen, meer spartelen. Maar u bent ook lichamelijk gehandicapt, met die ijle handjes en voetjes. Kijk eens naar mijn voeten, daar zitten zwemblazen aan, dat werkt nog beter dan die vliezen bij eenden of meeuwen.

Ik vind het lastig om te zien of u een man of een vrouw bent.
Echt waar? Dat is toch evident. Kijk maar naar mijn hoofd, mijn witte bles is kleiner dan die van mijn man, en het oranje enkelbandje is bij mijn man ook anders. En zijn stem, en zijn glans, alles is anders! Ik heb trouwens het omgekeerde: ik kan bij u niet zien tot welk geslacht u behoort. Of doet u daar niet aan?

En ik zie nu pas dat u rode ogen hebt!
Mooi hè? Toen ik klein was, was m’n hele hoofd rood, maar dat veranderde in de puberteit.

Kunt u onder water zien?
Ja natuurlijk, u niet? Daar halen we ook eten, en we letten ook een beetje op de vissen. Snoeken zijn gevaarlijk voor de kindjes!

Men ziet uw familie soms als lawaaiig en agressief, wist u dat?
Nee, hoezo? Onderling hanteren we een beperkt vocabulaire, dat klopt, en men moet zich verstaanbaar maken. Maar agressief?

Nu ja, u wordt vaak vechtend en achter anderen aanjagend gezien.
Wij maken elkaar het hof, bedoelt u dat? Dat zou ik eerder een dansje noemen, mooi pakje aan, voordelige poses, alles voor de liefde.
En wij hebben een strikte moraal: één man en één vrouw, is dat bij u anders? Dus ja, daar moet soms wel de hand aan gehouden worden, en als ’t met de hand niet gaat, ook snavel, poot en vleugel.
En misschien weet u ook niet dat bij ons ruimte en eten samenhangen: weinig ruimte, weinig eten. Daar letten we wel op, ja, als iemand dat aantast, komen we in actie.
Maar agressief, nee, u zou ons met z’n duizenden op de Gouwzee moeten zien, geen onvertogen woord, alleen maar gezellig.

En vliegen, doet u dat nog vaak?
Meer dan u denkt! Overdag eigenlijk alleen als ’t moet, want vooral opstijgen en loskomen is veel gedoe. Maar als we ver weg moeten, gaan we ’s nachts, dat is veiliger, maar u ziet dat niet. En dan gaan we vaak echt ver; ik ben wel eens op en neer naar Noord-Spanje geweest, om te overwinteren. Mijn broer is naar Rusland gevlogen.

Uw woning hebt u zelf gebouwd, is ‘t niet?
De woning, wel, het fundament hebben we gevonden. ’t Is een drang, hè? In het voorjaar, dan voel je dat er kinderen aan zitten te komen, en dan maken we een kinderkamer. Maar op een of andere manier zijn we altijd wat te laat: de kinderen verschijnen als hun kinderkamer nog niet klaar is. Dus dan bouwen we door. Het heeft natuurlijk ook met de beschikbaarheid van bouwmateriaal te maken. Zeker hier op ’t eiland, daar is niet zo veel. Maar we vinden altijd wel wat, en we stoppen pas als we een torentje hebben.

Vandaar dat u allerlei afval in uw woning verwerkt?
Dat zijn uw woorden - afval. Het is van de kade afgevallen, dat klopt, maar prima spul, zeer bruikbaar.

Hoe vind u het, dat wij brood naar u gooien?
Fijn! Ik ben er dol op, maar ’t is slecht voor de kinderen, die raken verstopt. Het is wel altijd racen, want de meeuwen zijn er ook dol op, en die zijn snel.

Wat is uw boodschap aan de bewoners aan het Java-eiland?
Dat wij gezellig samenwonen, maar dat zij wel beseffen dat wij de eerste bewoners zijn. Maar wij zijn wel blij met hen, we maken graag gebruik van vlotjes, banden, bootjes, plankjes bouwmateriaal en stukjes brood. Alleen die ene winternacht met vuur en knallen, daar wennen wij nooit aan.