Wat heeft u naar het Java-eiland gebracht?
Nieuwsgierigheid! Ik ben aan de overkant geboren, in het Vliegenbos, in een klein donker huisje. We waren met z’n tienen, en we zijn al snel dat huisje ontgroeid. Toen was het zoeken naar iets anders. Ik heb toen de reis van mijn leven gemaakt, over het grote water.

Waarom was dat de reis van uw leven?
Niet de afstand, dat ging wel, ik zag de overkant. Maar ik was doodsbenauwd, op elk ogenblik kan er van boven iemand op je neerduiken, slechtvalk, havik, sperwer, voor je ’t weet heb je zo’n klauw in je rug. En het zat er daar vol mee, we werden er allemaal zenuwachtig van  -  een slechte buurt.

Ik ben blij dat ik er weg ben.

Hoe is dat hier?
Tja, wel een beetje van de regen in de drup. Van boven is het minder gevaarlijk, maar nu komt het van onderen. Katten, het sterft ervan, en je hebt er niets aan, hebt u er ook zo’n last van?

Wij houden wel van katten, we geven ze eten
Werkelijk? Dat zou u niet moeten doen. Bestrijden, dat is verstandiger. Of opeten, dat is natuurlijker. Zelfs als ze gegeten hebben willen de katten ons nog vermoorden. Dat kan alleen als je een heel slecht karakter hebt. Waarom vallen ze ons lastig? En kom nou niet met ‘de natuur’; een kat is geen natuur, dat is nutteloos vee. Nee, met uw soort hebben we wel wat, maar dat u zich bewapent met die harige nietsnutten, daar snap ik niets van.

Maar tot dusver bent u ze ontkomen
Ja, ik let goed op, en ik vlieg weg, maar dat kost me ’n hoop energie. Hier is niet veel te eten, al dat jonge groen heeft nog weinig insecten, en vliegen is zwaar werk, probeer het maar eens.

Ik kan het niet
Dat dacht ik al. Ren dan maar eens een trap op van tweehonderd treden, dat is zo ongeveer wat ik doe als ik de boom inga. En ik moet ook veel eten om warm te blijven.

U heeft toch een donsjasje aan?
Ja, maar daaronder ben ik bloot! En daarbinnen is het veertig graden, dat moet zo blijven.

Waar woont u?
In een klein appartement; ik heb het gekraakt. Mijn ouders komen nog uit een hol in een oude beuk, maar ik vond dit hangend aan een muur. Wel enerverend, veel van de uwen in de buurt, maar daar wen je aan. Ik heb het fijn ingericht, met zachte dingetjes, dat houd je warm.

Wij hebben het opgehangen, en wij leggen vaak wat te eten voor u neer…
Dat vind ik fijn, daarzonder zou ik misschien heel moeilijk krijgen. Er zijn inderdaad flink wat restaurants op het eiland. Maar is het onbescheiden als ik u vraag dat dan zo neer te leggen dat die katten er niet bij kunnen? Anders komt het erop neer dat u ons als eten voor de kat neerlegt. En de duiven en de eksters, die eten ook graag ons eten op. Een gericht restaurantbeleid, meer vraag ik niet.

… maar ’s zomers niet, want ze zeggen dat u dan lui wordt, of dik.
Dat is een fabeltjes. Wij zijn de uwen niet! Heeft u ooit een luie dikke vogel gezien? Ja, een gans, maar die zijn daartoe geschapen. Lui, daar hebben we geen tijd voor, het leven is kort en het werk is nooit af. En dik, dat worden wij niet, we moeten vliegen. Nee, uw aanvulling op ons schamele menu op dit eiland is altijd welkom, het enige wat er resultaat van kan zijn is dat er meer van ons komen, nou ja, gezellig toch?

Wij genieten van uw acrobatische capriolen aan de voederplaats
Ieder zijn kunstje; ik heb wel eens geprobeerd te lopen zoals u, maar dat kan ik niet. Ganzen wel, zijn die familie?

Wat eet u verder zoal?
Insectjes, lekker hoor, en vol eiwit, u zou ’t eens moeten proberen. Daarom heb ik dat kleine snaveltje, om ze eruit te peuteren.

Ik vind het lastig om te zien of u een man of een vrouw bent.
Kijk maar naar m’n pet.

Ik zie geen verschil met uw vrouw
Kijk dan goed! De mijne is veel ultravioletter dan de hare.

Ik kan geen ultraviolet zien
Wat! Wat ’n armoe. Wat ziet u dan wel? Hoe hebt u in godsnaam de evolutie overleefd?

Wij trekken elk najaar een nieuw verenpak aan, zelfs al is het niet vies. Dat slijt dan, en in het voorjaar is het dus op z’n mooist.

Dus?
Ja, dus. Want dan heb je dat pas nodig, dan begint het liefdeleven. Dan wil je er leuk uitzien, niet dan? En meteen daarna komt het werk, eten slepen, voor die lieve kleine uitvretertjes.

Wat is uw boodschap aan de bewoners aan het Java-eiland?
Dat wij gezellig samenwonen, maar dat zij wel beseffen dat hun veilige omgeving ons veel gevaar oplevert  - een beetje hulp zou fijn zijn. Doe die katten maar weg, of koop een knuffel…

Maar wij zijn wel blij met hen, we maken graag gebruik van kastjes, pinda’s, wollen draadjes, vetbolletjes, en dingetjes waarin kleine insectjes wonen. Alleen die ene winternacht met vuur en knallen, daar wennen wij nooit aan.

Rob van Leeuwen